Wil je meer weten?
Wil je meer weten?
Hier vind je meer informatie over uiteenlopende thema's zoals belang van het kind, specifieke ondersteuningsbehoeften, nazorg, opvoeding, identiteit en herkomst.
En ze leefden nog lang en gelukkig. Hoewel dit vaak wordt verondersteld bij adoptie, is het voor velen niet de realiteit. In een Amerikaanse studie uit 2025 onderzoeken Baden en collega’s de ervaringen van volwassen geadopteerden die ervoor kiezen het contact met hun adoptieouders te verminderen of verbreken. Hierna volgt een samenvatting van het artikel.
Verhalen van volwassen geadopteerden geven een grote verscheidenheid aan relaties met hun adoptieouders weer (Trenka et al., 2006), waaronder moeilijke relaties die gekenmerkt worden door interpersoonlijke spanningen en contactbreuken. Deze ervaringen van intergenerationeel conflict, die emotionele of fysieke afstandnames omvatten, worden in de literatuur aangeduid als estrangement (vervreemding).
Familiale vervreemding is nog beperkt onderzocht, en zeker niet binnen adoptiegezinnen, aldus Baden en collega's. Binnen adoptiegezinnen moeten relaties echter begrepen worden in de context van de complexiteit van adoptie, zoals de mogelijkheid van raciale, religieuze en etnische verschillen tussen adoptant en geadopteerde, de manier waarop adoptie de kwetsbare aard van het gezin benadrukt, en de fysieke dan wel emotionele aanwezigheid van de geboortefamilie.
Vervreemding binnen gezinnen doet zich doorgaans voor wanneer gezinsleden het contact vrijwillig of opzettelijk verbreken en een slechte relatie hebben (Blake, 2017; Gilligan et al. 2015 ). In de literatuur is er geen eenduidige definitie van vervreemding. Wel zijn er verschillende factoren geïdentificeerd die eraan bijdragen, waaronder fysiek, seksueel en psychologisch misbruik, fysieke en mentale gezondheidsproblemen binnen het gezin, financiële conflicten en gevoelens van verraad en tekortschietend ouderschap (e.g., Agllias, 2015, 2016; Blake, 2017; Conti, 2015; Scharp & McLaren, 2018; Scharp et al. 2015).
De opgegeven redenen voor vervreemding verschillen vaak tussen ouders en kinderen. In een studie bij 898 ouders en hun niet-geadopteerde volwassen kinderen rapporteerden ouders onder meer een ‘sense of entitlement’ (ondankbaar gedrag) bij hun kinderen en de invloed van problematische relaties in het leven van hun kind (bv. partner, schoonfamilie) (Carr et al., 2015). Volwassen kinderen daarentegen gaven ‘toxisch ouderlijk gedrag’ en een gebrek aan steun en aanvaarding als redenen op. De auteurs concludeerden dat ouders in hun onderzoek vervreemding vooral toeschreven aan relationele problemen binnen het gezin (bv. moeizame onderlinge relaties) en aan moeilijkheden buiten het gezin (bv. externe omstandigheden), terwijl hun volwassen kinderen de oorzaken vooral situeerden op intrapersoonlijk niveau bij hun ouders (bv. ouderlijke kenmerken).
Het verbreken van contact met en het vervreemden van familie is vaak een moeilijk en langdurig proces dat het resultaat is van een opeenstapeling van gebeurtenissen (Scharp et al., 2015). Hoewel vervreemding ook op latere leeftijd kan ontstaan, gaven de meeste deelnemers in een studie met 807 volwassen kinderen - waaronder ook geadopteerden - aan dat zij het contact verbraken in hun late twintiger of vroege dertiger jaren (Blake, 2017).
Maatschappelijke normen bemoeilijken dit proces, zoals de verwachting dat ouders en kinderen elkaar onvoorwaardelijk liefhebben en voor elkaar zorgen (Scharp & Thomas, 2016). In een studie met 52 niet-geadopteerde volwassen kinderen gaven de deelnemers aan druk te ervaren van familie en vrienden om familiale banden te onderhouden (en zelfs te herstellen), ondanks eerdere ervaringen van misbruik en verwaarlozing door hun ouders. De deelnemers beschreven een intern conflict tussen de wens om afstand te bewaren en de druk om in contact te blijven en de rol van het ‘goede kind’ op te nemen (Scharp et al, 2015). Sommige individuen rapporteerden bovendien dat de familieleden van wie zij afstand wilden nemen hen bleven contacteren en schuldgevoelens aanwakkerden om hen tot verzoening te bewegen (Scharp & Dorrance Hall, 2019).
De afgelopen jaren is er toenemende aandacht voor de invloed van culturele factoren zoals gender, etniciteit en seksuele oriëntatie op familiale vervreemding. Zo toonde een studie bij 76 LGTBQ-volwassenen aan dat 16 deelnemers aangaven dat ze het contact met hun ouders hadden beperkt om met de ouderlijke afwijzing van hun identiteit om te gaan, maar dat ze toch probeerden een langdurige relatie te behouden onder bepaalde voorwaarden (Reczek & Bosley-Smith, 2021).
Onderzoek wijst uit dat vervreemding een impact heeft op de mentale gezondheid en het algemeen welzijn van individuen, als gevolg van het verlies van relaties, negatieve ervaringen met familie en de waargenomen stigmatisering rond familiale vervreemding (Agllias, 2013, 2018; Blake, 2017). In een studie naar 25 niet-geadopteerde volwassen kinderen die vervreemd waren van minstens een ouder, gaven sommige deelnemers aan te rouwen en daarbij gepieker en gevoelens van woede, pijn, teleurstelling, schuld en schaamte te ervaren (Agllias, 2018).
Tegelijk suggereert onderzoek dat vervreemding ook positieve effecten kan hebben, zoals gevoelens van opluchting, acceptatie en een versterkt zelfvertrouwen in het stellen en bewaken van grenzen (Agllias, 2018; Allen & Moore, 2017; Blake, 2017). In de studie van Blake (2017) rapporteerde 80% van de 807 deelnemers positieve uitkomsten, waaronder zich ‘vrijer, onafhankelijker en sterker’ voelen , minder stress ervaren, een verbeterd algemeen welzijn en meer inzicht. Ook ‘persoonlijke groei, heling en geluk’ worden genoemd als mogelijke gevolgen (Agllias, 2018).
Deze uiteenlopende bevindingen onderstrepen de complexiteit van familiale vervreemding en laten zien dat de context en de manier waarop met vervreemding wordt omgegaan bepalend zijn voor de impact ervan.
Volwassen geadopteerden en adoptieouders vervreemden niet zomaar van elkaar. Volgens de auteurs groeit deze dynamiek uit spanningen rond adoptienarratieven, adoptiespecifieke factoren en communicatiepatronen binnen het gezin. In de volwassenheid wordt dit proces verder beïnvloed door nieuwe ervaringen, onopgeloste spanningen uit de kindertijd en verschillen in bewustwording over adoptie tussen adoptieouders en geadopteerden.
Tot voor kort werd adoptie voorgesteld als een ‘ongecompliceerde en overwegend positieve ervaring, als een oplossing voor een sociaal probleem’ (Baden et al., 2012). Dit dominante narratief laat weinig ruimte voor de ervaringen en perspectieven van geadopteerden zelf en minimaliseert schadelijke adoptiepraktijken. Verschillen in perspectieven over adoptie, familiegeschiedenis en andere relevante onderwerpen kunnen leiden tot spanningen binnen het gezin. Daarnaast beïnvloeden bepaalde moeilijkheden (zoals pre-adoptie trauma, raciale en etnische verschillen tussen gezinsleden en verlieservaringen gerelateerd aan infertiliteit, afstand of verlating) niet alleen individuele gezinsleden, maar ook de gezinsdynamiek in zijn geheel (Baden et al. 2016).
Moeilijkheden in de communicatie over adoptie kunnen een extra relationele uitdaging vormen in adoptiegezinnen, wat kan leiden tot communicatie breakdowns en contactbreuken. Open, directe en empathische communicatie door adoptieouders daarentegen creëert ruimte voor geadopteerden om hun gevoelens over adoptie te delen en zich gesteund te voelen (Brodzinsky, 2005).
Levensgebeurtenissen in de volwassenheid (zoals veranderingen in relaties, werk, ouderschap of gezondheid, maar ook adoptiespecifieke ervaringen zoals zoektochten naar geboortefamilie, toegang tot DNA-testen of ervaringen met racisme) kunnen rouw om eerdere verlieservaringen (her)activeren of vragen oproepen over de relatie met adoptieouders. Als uitdagingen uit de kindertijd en adolescentie bovendien niet worden aangepakt (bv. onrealistische verwachtingen die gezinsleden van elkaar hebben), blijven ze breuken in het familiesysteem veroorzaken (Agllias, 2013).
Tot slot benadrukken de auteurs dat gezinscohesie waarschijnlijker is wanneer zowel adoptieouders als geadopteerden samen kritische perspectieven op adoptie kunnen toelaten en bespreken. Wanneer deze bewustwording - vaak omschreven door geadopteerden als ‘coming out of the fog’ (Branco et al., 2023) - uitsluitend bij de geadopteerde ontstaat en niet gedeeld wordt door de adoptieouders, kan dit leiden tot instabiliteit en vervreemding binnen het gezin.
Deze kwantitatieve studie is een van de eerste onderzoeken naar vervreemding binnen adoptiegezinnen. 205 volwassen geadopteerden in de VS namen deel. Van hen waren er 129 binnenlands en 76 interlandelijk geadopteerd. De groep bestond uit 155 vrouwen, 26 mannen en 23 non-binaire personen. De gemiddelde leeftijd van de deelnemers was 40 jaar en de gemiddelde leeftijd bij adoptie bedroeg 12 maanden. In totaal waren 104 deelnemers transetnisch geadopteerd.
Alle deelnemers gaven aan een complexe relatie te hebben met een of beide adoptieouder(s). Toch beoordeelde 23% van de deelnemers de relatie als positief. 66 deelnemers gaven aan een negatieve relatie te hebben, terwijl 91 deelnemers aangaven geen relatie meer te hebben met hun adoptieouder(s).
De deelnemers vulden vragenlijsten in over de kwaliteit van de relatie met hun adoptieouder(s) (zie alinea hiervoor), de frequentie van contact (dagelijks tot wekelijks, maandelijks tot jaarlijks, of geen contact), zelfvertrouwen en mentale gezondheid (angst, depressie en lichamelijke klachten).
De resultaten laten zien dat de frequentie van contact tussen volwassen geadopteerden en hun adoptieouder(s) samenhangt met hoe zij de kwaliteit van die relatie ervaren. Deelnemers die dagelijks tot wekelijks telefonisch of face-to-face contact hadden met hun adoptieouder(s) rapporteerden vaker een positieve relatie, terwijl minder of geen contact vaker samenhing met een negatieve relatie of volledige vervreemding. Opvallend is dat deelnemers zonder contact hun relatie met hun adoptieouder(s) vaak noch als positief noch als negatief beoordeelden, maar simpelweg als ‘vervreemd’, wat er volgens de auteurs op kan wijzen dat zij de relatie als onherstelbaar of niet langer bestaand ervaren.
In tegenstelling tot eerder onderzoek bij niet-geadopteerde volwassenen (Agllias, 2018; Blake, 2017), waarin minimale of verbroken familierelaties soms samenhangen met meer welzijn, werden in deze studie geen significante verschillen gevonden in mentale gezondheid tussen deelnemers met een negatieve relatie en deelnemers die volledig vervreemd waren, noch tussen deelnemers met een positieve relatie en deelnemers die volledig vervreemd waren. Wel rapporteerden deelnemers met een positieve relatie lagere niveaus van angst en depressie dan deelnemers met een negatieve relatie. Dit onderstreept de complexiteit van vervreemding en suggereert dat adoptiespecifieke gezinsdynamieken mogelijk samenhangen met het mentale welzijn van volwassen geadopteerden.
In de discussie benadrukken de auteurs dat blijvend contact niet noodzakelijk wijst op een gezonde relatie, maar ook kan voortkomen uit gevoelens van verplichting of conflictvermijding. Tegelijk kan volledige vervreemding leiden tot vastgeroeste percepties, doordat nieuwe of corrigerende interacties ontbreken.
Adoptieouders staan voor complexe opvoedtaken, waaronder het creëren van ruimte voor de ervaringen van geadopteerden, het ondersteunen van hun identiteitsontwikkeling en kritisch bewustzijn, en het actief tegengaan van maatschappelijke narratieven die hun ervaringen ontkennen of minimaliseren. Bij transraciale adoptie omvat dit ook het voorbereiden van kinderen op racisme en discriminatie, een rol waarop witte adoptieouders vaak onvoldoende zijn voorbereid. Professionele ondersteuning van adoptieouders, zowel voor als na de adoptie, waarin er aandacht is voor communicatieve openheid en complexe gezinsdynamieken is daarom essentieel. Wanneer er binnen het adoptiegezin thema’s onbespreekbaar blijven die belangrijk zijn voor de identiteit van de geadopteerde, kan dit op termijn bijdragen aan breuken en vervreemding binnen het gezin.
Bron: Baden, A. L., Kim, A. Y., Randall, R., Jasmin, M., Kobus, A., Haywood, T., Nsenkyire, K., & Holtz, N. (2025). It’s Complicated: Adult Adoptees’ Relationship Quality and Contact Frequency in Estrangement. The Family Journal, 33(2), 270-279. https://doi.org/10.1177/10664807241312197
Tekst: Kristien Wouters