Lange tijd hield ik me niet bezig met mijn rootsverhaal. Als jong kind groeide ik op in een dorp waar iedereen elkaar kende, een veilige cocon. Ik had dat ver weggestopt. Tijdens mijn puberteit werd ik er dagelijks mee geconfronteerd, omdat de genocide in Rwanda het nieuws beheerste. Dat kwam heel hard binnen. Er werd me ingeprent dat ik dankbaar moest zijn, omdat ik op het juiste moment in België was terechtgekomen.
Ik heb mijn adoptieouders niet zo lang gekend. Mijn moeder was vaak ziek. Ze overleed toen ik dertien was. Mijn vader stierf exact een jaar later in een auto-ongeval. Op mijn veertiende werd ik dus voor de tweede keer in mijn leven wees. Er bleef weinig mentale ruimte over om stil te staan bij mijn afkomst. Ik beleefde die periode in een waas en ging in overlevingsmodus.
Door die gebeurtenissen ben ik vroeg op eigen benen gaan staan. Via een relatie met een jongen met Rwandese roots kwam ik in contact met zijn vader, striptekenaar Robert Wuyts. Dankzij hem leerde ik ook andere Rwandese kunstenaars kennen, zoals Jaak Albert en Jean Bosco Safari, die behoren tot de métissen van België. Jaak Albert gaf me het boek De kinderen van Save. Toen pas besefte ik hoe belangrijk het is om je eigen geschiedenis te kennen om je identiteit te kunnen vormen. Die geschiedenis was mij lange tijd ontnomen. Ik groeide op in een witte omgeving en liep school in een strenge katholieke context, waar het Belgische koloniale verleden, ook een deel van mijn eigen geschiedenis, hardleers werd verzwegen.
Pas enkele jaren later, als jongvolwassene, begon ik mijn roots opnieuw toe te laten in mijn leven. Confrontaties met tastbaar racisme en het onbegrip van een overwegend witte vriendenkring maakten me bewuster van mijn identiteit en afkomst. Hoewel andere geadopteerde Rwandese vrienden mij aanmoedigden om naar Rwanda te reizen, voelde ik dat ik daar nog niet klaar voor was. De dood van mijn adoptieouders had ik nog niet verwerkt. Pas toen duidelijk werd dat er met onze adoptiedossiers was gefraudeerd, besloot ik naar mijn thuisland terug te keren en mijn cultuur te omarmen.
Mijn tattoo is klein en discreet: de contouren van Afrika, in de kleuren van de vlag, met de R prominent aangeduid aan de oostkant. De zonnestralen en appelblauwzeegroene kleur zijn geïnspireerd op de Rwandese vlag. Het is een subtiele verwijzing naar waar mijn verhaal begon.
Tot nu toe heb ik Rwanda enkel in een toeristische context bezocht, omdat ik geen aanknopingspunten heb met directe familie. Sinds ik weet dat ik op het moment van mijn adoptie geen wees was en dat mijn dossier flagrante leugens bevat, is de volgende stap terugkeren om op zoek te gaan naar de waarheid achter mijn verhaal.
Ga terug naar de algemene pagina