Tot mijn vijfenveertigste hield ik me amper bezig met mijn adoptie. Pas toen verhalen van andere geadopteerden in de media verschenen, begon ik vragen te stellen over mijn eigen afkomst. Wat volgde was een zoektocht die me uiteindelijk terugbracht naar Zuid-Korea.
Na jaren zoeken vond ik mijn moeder. Ik bleek de tweede van vier kinderen te zijn en de enige die afgestaan werd voor adoptie. De ontmoeting was warm, maar ook verwarrend en confronterend. Voor het eerst zag ik mensen die op mij leken, niet alleen uiterlijk, maar ook in hun gedrag en manier van doen. Dat bracht veel herkenning, maar riep ook nieuwe vragen op.
Na mijn eerste reis naar Korea liet ik een tattoo zetten van Koreaanse geluksknopen. Die worden gegeven om iemand geluk toe te wensen. Het voelde als een passend symbool voor waar ik vandaan kom en voor het geluk dat ik heb gehad om mijn familie terug te vinden.
Het contact met hen brengt nog altijd veel emoties met zich mee. Het doet zeer veel deugd, maar ook zeer veel pijn. Maar ik blijf dankbaar dat we elkaar hebben gevonden en dat we deel kunnen uitmaken van elkaars leven.
Ga terug naar de algemene pagina