Het kind, de dochter, de moeder, de vrouw die lang vooral verderging en de vrouw die pas later begon te begrijpen wat haar lichaam al die tijd had meegedragen … In mijn tattoos draag ik elke versie van mezelf die ik ooit geweest ben.
De geboortebloemen van mijn kinderen staan op mijn linkerarm, dicht bij mijn hart. De zon staat symbool voor mijn moederliefde: een kracht die mijn kinderen laat groeien, maar ook mijzelf richting geeft. Misschien raakt die tattoo mij net zo diep, omdat moeder worden mij ook dichter bij het kleine meisje heeft gebracht dat ik zelf ooit was.
De geboortebloemen van mijn ouders werden verwerkt in een andere tattoo, samen met een lotus voor mijn eerste mama. Over haar weet ik niets. Geen gezicht, geen stem, geen verhaal. De lotus voelde daarom zo passend: ze groeit vanuit de modder en toch bloeit ze mooi. De modder hoeft niet te verdwijnen om te kunnen groeien. Voor mij zit daar heel veel van adoptie in. Verlies en oorsprong, maar ook veerkracht.
Op mijn rug staat een silhouet van een vrouw die opgaat in een boom. In de wortels zit de hoofdweg door Raiganj, waar mijn verhaal begon, maar ook de weg van mijn huis naar mijn koor. Omdat mijn wortels niet op één plek liggen. Ze liggen in India, maar ook in alles wat hier doorheen de jaren thuis en verbinding is geworden. Vanuit die wortels groeien de takken verder, naar de toekomst. Niet los van wat geweest is, maar gedragen door alles wat er was.
Ga terug naar de algemene pagina