
In deze verhalenreeks kijken we naar de band tussen geadopteerden en hun broers en zussen. In dit verhaal vertelt Naya, buddy bij a-Buddy, over haar siblings in Zuid-Korea en België.
In het voorjaar van 2025 kwam ik via G.O.A.’L. en Holt in contact met mijn Koreaanse familie. In juni volgde een eerste videocall. In oktober reisde ik samen met mijn jongste zoon naar Seoul voor een eerste reünie.
Mijn beide ouders in Zuid-Korea leven nog, maar ze zijn gescheiden. Samen kregen zij vier kinderen. Ik heb nog twee volle zussen en een volle broer. Ik ben de tweede in rij, maar kwam ongepland, slechts een jaar na mijn oudere zus. Daarna zat er telkens drie jaar tussen de kinderen.
Het klinkt misschien vreemd, maar eigenlijk was de connectie met mijn broer en zussen er vrijwel meteen, vooral met mijn oudste zus. Wij verschillen weinig in leeftijd en lijken sterk op elkaar. Ook met mijn jongere zus en broer klikt het. Voor elkaar zo lang niet gekend te hebben, zijn de banden heel goed.
In België ben ik opgegroeid met twee oudere broers die de natuurlijke kinderen zijn van mijn adoptieouders. Ze zijn tien en negen jaar ouder dan ik. Ik ben het nakomertje. Met mijn broers heb ik een stevige band, beter dan vroeger. Ook met hun partners en kinderen is er een goede relatie. We lopen elkaars deur niet plat, maar als er iets is, staan we voor elkaar klaar.
Mijn broers zijn altijd ondersteunend geweest, zowel in mijn zoektocht als het hele adoptiegebeuren. Pas sinds drie à vier jaar praat ik daar echt met hen over. Ik ben opgegroeid in de context van: je bent zoals de rest, terwijl dat natuurlijk niet zo is. Dat verschil blijft voor hen soms moeilijk te vatten, maar ik kan daarover praten met hen. Ze staan open voor zulke gesprekken.
Via videocall leerde ik eerst mijn zussen en mijn moeder kennen. Vrij snel daarna startten we een chatgroep met het hele gezin. Dat liep vreemd genoeg best vlot, zeker met mijn zussen met wie ik ook apart contact had.
De reünie zelf verliep ook bijzonder goed. We waren niet constant samen, maar brachten wel enkele dagen intens met elkaar door. We deden uitstappen en enkele typische familieactiviteiten, zoals samen eten. De familie toonde ook veel betrokkenheid bij mijn kinderen. Mijn oudste zoon kon niet meereizen, maar werd er via videocalls toch bij betrokken.
Op die momenten merkte ik dat zij een heel warme, hartelijke en sensitieve familie zijn. Mijn moeder is een positieve, energieke vrouw die hard gewerkt heeft voor haar kinderen. Tegelijk voelde zij veel schaamte. Zij had het gevoel dat ze mij bedrogen had door na mij nog twee kinderen te krijgen. Ze was heel aandachtig voor hoe dat voor mij zou aanvoelen.
Mijn zussen en broer wisten niet van mijn bestaan. Zij gingen daar constructief mee om, maar ik zag dat het voor hen ook heel emotioneel en heftig moet zijn geweest. Zeker voor mijn oudste zus, die zo sterk op mij lijkt. Haar man is een zeer sociaal persoon. Hij speelde een verbindende rol en bracht luchtigheid in het geheel, wat ons contact zeker heeft geholpen.
Ik weet al heel mijn leven dat ik geadopteerd ben, maar voor hen is het heel snel gegaan. Mijn mama vertelde het hen in april en in oktober stond ik daar. Op verschillende avonden haalden ze fotoalbums naar boven met foto’s van toen mijn ouders nog jong waren, van henzelf als kinderen, van huwelijken en geboortes … Dat vond ik heel leuk, maar zelf had ik niet zo die drang om tijd in te halen. Dat leefde meer bij mijn zussen en broer.
Ik had me voorgenomen om geen te hoge verwachtingen te hebben en dat heeft me wel geholpen. Ik had schrik wat de reünie met mij ging doen en wat er daarna zou gebeuren. Ik wou wel een reünie, maar tegelijkertijd ook niet. Daardoor kon ik mijn verwachtingen laag houden.

Mijn broers hebben mijn adoptie heel bewust meegemaakt. Dat is de verdienste van mijn ouders, die hen voorbereidden op wat er ging gebeuren.
Door het leeftijdsverschil waren mijn broers zeer beschermend over mij. Soms voelde het alsof ik nog twee extra vaderfiguren had. Zowel op school als in de scouts was ik hun kleine zus. Als er iets was, kwamen zij direct voor mij op. Mijn oudste broer nam ook zorgende taken op, zoals voorlezen. Daar heb ik positieve herinneringen aan. Ik keek naar hem op en koos uiteindelijk hetzelfde beroep.
Met mijn jongere broer kwam de goede band er vooral op latere leeftijd. Hoewel ik op zich een goede adoptie heb gekend, hebben bepaalde familiale kwesties ons op latere leeftijd dichter bij elkaar gebracht.
Niet zo lang geleden vertelde mijn oudste broer dat papa adoptie ‘het toppunt van egoïsme’ vond, want je haalt een kind van de andere kant van de wereld om je eigen kinderwens te vervullen. Mijn vader is overleden en naar mij toe heeft hij dat nooit uitgesproken.
Ondanks het feit dat hij en mijn moeder adopteerden, had mijn vader daar blijkbaar een vrij uitgesproken, hedendaagse visie over. Hoe hij ertegenaan keek, heeft zeker mee bepaald hoe mijn broers nu omgaan met mijn vragen en worstelingen.
Ook met mijn Koreaanse familie heb ik het gevoel dat alles bespreekbaar is. Mijn moeder zei expliciet dat ik haar alles mocht vragen. Aan mijn zussen kon ik mijn vragen stellen zonder mij daar ambetant bij te voelen. Ik heb niet het gevoel dat delicate dingen uit den boze waren.
Mijn Koreaanse familie is vrij ruimdenkend en in alle facetten behoorlijk westers georiënteerd. Grote cultuurverschillen heb ik tot nu toe niet ervaren, wat wellicht bijdraagt aan het positieve verhaal.
De taal is wel een grote barrière. We gebruiken vertaalapps en dat gaat vlot, maar het is niet hetzelfde als rechtstreeks converseren. Het duurt daardoor wat langer om onze banden meer uit te diepen.
Voor mijn broers maakt het niet uit dat ik geadopteerd ben. Voor hen ben ik echt hun zus. Zij zien het als een cadeau dat ze mij hebben leren kennen. Voor mij ligt dat een beetje anders.
Vroeger dacht ik daar hetzelfde over totdat ik mijn familie ontmoette. Ik zie met hen veel meer gelijkenissen in uiterlijk, mentaliteit en in de kern van mijn karakter dan met mijn familie hier. Ik kreeg sowieso zaken mee van mijn adoptiegezin, maar DNA is heel sterk. Daar kan ik niet langer onderuit. Mijn visie daarrond is sterk veranderd. Dat is moeilijk voor mijn broers om te horen, maar ze accepteren het wel.
Ik ben zeer blij dat ik mijn Koreaanse familie heb gevonden, dat ze in leven zijn en dat ze gezond zijn. Tegelijk doet het soms pijn om te zien hoe zij allemaal daar zijn en ik hier. Dat blijft dubbel. Ze hangen sterk aan elkaar, ook al wonen ze verspreid over het land.
Toen ik geboren werd, verkeerde het gezin in moeilijke financiële omstandigheden. Een extra kind was niet haalbaar. Vandaag is dat anders: ze hebben zich enorm opgewerkt en leven in een financieel en materieel comfortabele situatie. Mijn zussen hebben gestudeerd aan de universiteit en carrière gemaakt.
Ze hadden het ook gered met vier kinderen, denk ik soms. Die gedachte richt zich vooral naar mijn moeder en vader, want mijn broers en zussen kunnen daar niets aan doen. Tegelijk besef ik dat je de tijd niet kan terugdraaien en dat daarover piekeren geen zin heeft. Ik probeer vooruit te kijken en hoop dat we nog heel wat jaren samen voor de boeg hebben.
Ooit wil ik samen met mijn broers - en hun partners als ze meewillen - naar Zuid-Korea gaan. Mijn broers staan daar alvast voor open. Ik wil hen tonen hoe het daar is en hen mijn familie laten ontmoeten. Die openheid is er ook langs de kant van mijn Koreaanse familie. Na de reünie ging ik met een extra koffer naar huis, vol met cadeaus voor de familie hier.
Ik zou het ook heel leuk vinden als mijn Koreaanse familie naar hier zou komen. Ze zeggen dat ze dat willen doen. Het zotte is dat mijn oudste zus en haar man nog niet zo lang geleden een rondreis maakten door Europa. Ze maakten een wandeling, heel dicht bij waar ik toen woonde.
Na de reünie werd de chatgroep uitgebreid met de kinderen. Dat is heel leuk. Als er iets gebeurt, wordt het in de groep gezet. Onlangs verhuisde ik en werd er gevraagd: hoe lukt het met de verhuis? Heel normale dingen dus. Iedereen stuurt ook wel eens apart naar elkaar om te vragen hoe het gaat. Soms videobellen we ook. In veel opzichten is het als een gewone familie, hoewel ik besef dat het allesbehalve gewoon en vanzelfsprekend is, noch voor hen noch voor mij.
Geïnteresseerd in meer? Lees ook het verhaal van Louis en Joke.
Gepost in: Interview