Meld twijfels of bezorgdheden over mogelijke wanpraktijken bij adoptie aan VCA

Ontdek onze vormingen, groepsbegeleidingen en evenementen

Lees onze nieuwste artikels

Bekijk onze webinars on demand

Leer ons kennen en neem contact op

In onze bib vind je meer dan 700 boeken en films over adoptie en opvoeding

Boek een zaal in Gent voor een vergadering, vorming of activiteit

Steun zorg en begeleiding voor adoptiebetrokkenen met een gift

01 jun
Interview

In deze verhalenreeks kijken we naar de band tussen geadopteerden en hun broers en zussen. In dit verhaal vertelt Joke over haar geadopteerde broer.

“We werden nauw betrokken in de beslissing”

Mijn broer kwam in ons leven toen hij zes maanden oud was. Mijn oudere broer en ik waren toen veertien en twaalf jaar. De adoptiedienst had altijd gezegd dat mijn ouders een ouder kind toegewezen zouden krijgen, omdat wij al tieners waren, maar plots kwam de telefoon met de mededeling dat A. zes maanden was. Ondertussen is hij dertien jaar.

De adoptieprocedure heeft een viertal jaar geduurd. Mijn ouders hebben altijd opengestaan voor pleegzorg of adoptie, maar nadat mijn broer en ik geboren werden, verdween dat naar de achtergrond. De grote aardbeving in Haïti was voor hen de aanleiding om opnieuw over adoptie na te denken. Wij werden als kinderen heel nauw betrokken in de beslissing en het traject.

Mijn ouders zijn twee keer naar Ethiopië gereisd. De eerste keer gingen mijn broer en ik mee. Dat was een hele ervaring waar ik gemengde herinneringen aan overhoud. Bepaalde beelden herinner ik me tot op vandaag heel goed.

“Ik kan geen enkel verschil in verbondenheid toekennen”

Qua sterkte van band voel ik geen verschil tussen mijn oudere broer en mijn jongere broer. Het zijn allebei mijn broers. Ik kan aan hen geen enkel verschil in connectie of verbondenheid toekennen.
Het was een heel grote belevenis om grote zus van A. te worden en ik vind het nog altijd fijn om zijn zus te zijn.

Ons gezin hangt sterk aaneen. Onze ouders hebben ons erg warm opgevoed. Mijn oudere broer en ik zijn beste vrienden. Als er iets is of ik mij niet goed voel, is mijn oudere broer een van de eerste personen naar wie ik ga. Diezelfde hechte band hebben wij - weliswaar op een andere manier - kunnen doortrekken naar onze kleine broer. We zijn een heel hecht gezin. 

Ik woon nog bij mijn ouders, dus ik zie mijn kleine broer heel vaak. Als ik enkele dagen niet thuis ben, merk ik dat ik hem snel mis. Mijn oudere broer is uit huis en met hem stuur ik dagelijks berichten, maar als ik mijn kleine broer niet zie, is er ook geen contact, waardoor ik hem snel erg mis.

“Mijn broer heeft een hoge zorgnood”

Mijn broer heeft een ernstige verstandelijke beperking en een autismespectrumstoornis. Hij komt niet tot spreken. Eigenlijk heeft hij een heel gekke ontwikkeling doorgemaakt. Op anderhalfjarige leeftijd begon hij te praten: mama, papa, oma, bal … Toen kreeg hij windpokken in combinatie met hoge koorts en een zware epilepsieaanval. Nadien is zijn ontwikkeling helemaal achteruitgegaan en gestagneerd. Sinds zijn twee jaar zegt hij niets meer en is zijn autisme heel hard op de voorgrond gekomen. Nu heeft hij een heel hoge zorgnood, zit hij in het buitengewoon onderwijs en heeft hij veel begeleiding nodig.

Toen A. die epilepsieaanval kreeg, was dat voor ons gezin heel heftig. We waren bang dat we hem zouden kwijtraken. Veel onderzoeken in het ziekenhuis volgden, maar tot op de dag van vandaag kan de neuroloog niet goed verklaren hoe het komt dat hij zo achteruit is gegaan en geen taalontwikkeling meer heeft.

Mijn ouders maakten geen bewuste keuze voor een special needs-adoptie, maar er is daar geen spijt, helemaal niet. Mijn ouders hebben altijd gezegd dat je ook bij een biologisch eigen kind de toekomst niet kan voorstellen. Ze zijn daar op een heel goede manier mee omgegaan, waardoor mijn oudere broer en ik daar ook goed mee kunnen omgaan. We zijn blij dat A. hier de nodige ondersteuning krijgt, ondanks zijn zware beperking.

“We genieten van het samenzijn”

Alles wat ik met mijn kleine broer doe, is heel fysiek, want verbaal is er geen communicatie. Het liefst van al zit hij in de zetel, kijkt hij naar tv en knuffelt hij met ons. Onze relatie is dus heel affectief. Nu hij in de puberteit komt, stel ik me soms wel vragen over hoe ik met hem omga. Wat kan nog en wat kan niet meer? Dat is voor mij soms een moeilijke afweging, omdat affectie bijna het enige communicatiemiddel is dat we hebben.

Daarnaast bestaat onze relatie uit samen leuke dingen doen. Van kleine uitstappen en activiteiten kan hij echt genieten: naar de zee gaan, fietsen, op restaurant gaan, boodschappen doen en dingen uit de rekken kiezen … Het zit hem in de kleine dingen die hij heel leuk vindt.

“Zou hij vragen gesteld hebben over zijn adoptie?”

A. beseft soms meer dan we denken, maar ik denk niet dat hij beseft dat hij geadopteerd is. Ik weet ook niet of hij een verschil ziet in huidskleur. Hij kan het niet vertellen. Zijn ontwikkelingsleeftijd is maar enkele maanden.

Soms vraag ik me af: zou hij vragen gesteld hebben over zijn adoptie? Zou hij op zoek zijn willen gaan? Zouden we samen stappen hebben kunnen ondernemen? Zelf schreef ik een masterproef over adoptie en ben ik op de hoogte van het laatste nieuws rond adoptie. Ik vraag me af of ik hem emotioneel zou hebben kunnen ondersteunen in een eventuele zoektocht, maar dat is nu allemaal niet aan de orde. Het heeft een heel andere invulling gekregen.

“Overal zijn de wachtlijsten heel erg lang”

Soms droom ik er ’s nachts van dat hij spreekt en dat hij ‘zus’ zegt tegen mij. Dan word ik wakker en ben ik helemaal in de war. Rouwen om de broer die hij had kunnen zijn, zal een levenslang rouwproces zijn, denk ik.

Hoe zijn zorgnood zal evolueren en hoe we dit kunnen opvangen, is een grote bezorgdheid voor de toekomst. Zeker omdat er heel weinig plaatsen zijn in multifunctionele centra of in dagcentra. We hopen nu eerst dat hij een plekje zal vinden in het secundair buitengewoon onderwijs, want ook dat is niet vanzelfsprekend. Overal zijn de wachtlijsten heel erg lang.

Ik kan me daarin frustreren, maar merk ook dat hoe meer we ermee bezig zijn, hoe meer we daarin vastlopen als gezin. Ik probeer dan het tegenovergestelde te doen en te zeggen: “Het komt goed, hij zal wel een plekje krijgen.” Het is een grote zorg voor later en mijn ouders worden ouder, maar ik vertrouw erop dat mijn oudere broer en ik veel zorg voor hem zullen willen opnemen.

“Hij geniet van leven”

Ik heb van mijn broer geleerd om gelukkig te zijn met de kleine dingen. Hij is zo’n gelukkig manneke. Hij geniet van het leven. Ik denk dat er weinigen van zijn leeftijd zo gelukkig zijn. Misschien ook omdat zijn wereld zo klein is en er weinig verwachtingen naar hem toe gesteld worden. Een filmpje op de iPad of een knuffel in de zetel, daar kan hij zo intens gelukkig van worden. Elke dag loopt hij te schaterlachen.

Mocht hij ongelukkig zijn of worstelen met zijn beperking of het geadopteerd zijn, dan denk ik dat het misschien moeilijker zou zijn. Maar nu is hij zo gelukkig en dat maakt ons ook gelukkig. Het verlicht ook de grote zorgnood.

“Mijn kleine broer heeft ons gevormd tot wie we nu zijn”

Alles staat een beetje in het teken van mijn broer, maar ik zou het niet anders gewild hebben. Zonder hem had onze gezinsdynamiek er helemaal anders uitgezien. Mijn kleine broer heeft mij gemaakt tot wie ik nu ben. Hij heeft ons allemaal gevormd tot wie we nu zijn. Mijn oudere broer is bijvoorbeeld best een stoere kerel, maar heeft een heel klein hartje. Dat zorgende zit er nu bij ons allemaal in. Dat vind ik fijn.

Ook merk ik dat mijn oudere broer en ik extra gevoelig zijn geworden voor racisme en discriminatie, waardoor we sneller opkomen voor mensen die daarmee te maken krijgen. Door A. staan we bewuster stil bij de ervaringen van mensen met een beperking of mensen met een adoptieachtergrond.

“Ik hoop dat onze hechte band blijft”

Ik denk dat er geen twee zijn zoals mijn broer. Hij is hij, met zijn eigen handleiding. Naar de toekomst toe zou ik graag de lijn doortrekken van wat we nu doen. Ook wil ik graag ontdekken welke uitstappen we nog samen kunnen doen, bijvoorbeeld naar een pretpark gaan.

Het allermeest hoop ik dat onze hechte band blijft, ook als ik het huis uitga. Ik denk dat dat vooral het punt zal zijn waarop onze relatie verandert. Ik ga hem sowieso heel erg missen. En ik wil, als ik ooit een eigen gezin heb, nog altijd veel tijd voor hem kunnen vrijmaken. Ook langs zijn kant wens ik dat dat hij blijft voelen dat ik zijn zus ben en dat ik er voor hem ben.

GeÎnteresseerd in meer? Lees ook het verhaal van Louis en Naya.

 

Gepost in: Interview

01 jun
Interview
In deze verhalenreeks kijken we naar de band tussen geadopteerden en hun broers en zussen. …
07 mei
Interview
In deze verhalenreeks kijken we naar de band tussen geadopteerden en hun broers en zussen. …
27 apr
Actueel
In maart 2026 bleek het Vlaams Parlement het eens te zijn over een uitfasering van transnational…
02 apr
Vacature
Ben jij diegene waar wij op zoek naar zijn? We zoeken een nazorgmedewerker (klinisch psychol…
Update cookies preferences