Contacteer ons of spring binnen op Raas van Gaverestraat 67b in Gent.

Ontdek onze groepsbegeleidingen, en evenementen.

Het laatste nieuws en interessantste weetjes over de wereld van adoptie.

Ontdek een hulpverlener bij jou in de buurt via deze handige adoptiekaart.

22 jun
Interview

Adoptiesensitieve hulpverleners hebben ervaring met het begeleiden van adoptieouders, geadopteerden en/of geboorteouders. Ze kennen de context van adoptie en zijn opgeleid in adoptiegerelateerde onderwerpen, zoals hechting, identiteit, trauma, verlies en rouw. Het zijn hulpverleners waarvan je als adoptiebetrokkene denkt: ‘Als ik met jou praat, dan krijg ik geen verbaasde reacties. Jij weet wat adoptie met zich meebrengt, ik moet het niet nog eens allemaal uitleggen.’

Afgelopen maand spraken wij met Els*, een adoptiesensitieve psycholoog gespecialiseerd in hechtingsstoornissen en trauma. Wij vroegen naar haar ervaringen in het begeleiden van geadopteerde jongeren. Het eerste deel van het interview lees je hier. We spraken over thema’s die onderliggend spelen bij adoptiejongeren en het belang van het erkennen van hun gevoelens.


Dag Els. Vorig keer lichtte je al gedeeltelijk toe welk behandelingstraject je aflegt met de jongeren die je begeleidt. Naast het sensibiliseren van de omgeving, wat werkt er nog herstellend?
Identiteit en zelfbeeld is dikwijls een onderliggend thema bij adoptiekinderen. Als dat speelt, werken we rond ‘Wie ben ik?’, ‘Is er ontbrekende informatie die ik nodig heb om verder te kunnen?’, ‘Als ik deze info niet krijg, hoe kan ik dan toch verder?’ Daarnaast is het belangrijk dat niet alleen de omgeving, maar ook de jongere zelf inzicht krijgt in zijn gevoelens en waar die vandaan komen. Zo kunnen ze het plaatsen waarom ze zich erg depressief voelen als een vriendinnetje het uitmaakt. ‘Kan het bijvoorbeeld liggen aan het feit dat het niet de eerste keer is dat mensen mij afwijzen en ik twijfel of ik er wel mag zijn?’ Rond onverwerkte stukken kan traumatherapie nodig zijn, maar mogelijks volstaat het dat ze leren spreken over hun emoties en daarrond een goede relatie met hun ouders ontwikkelen. Vervolgens kunnen ouders daar op een helpende manier mee omgaan.

Je zegt dat je werkt rond vragen zoals: ‘Welke ontbrekende info heb ik nodig en hoe kan ik verder als ik deze info niet krijg?’ Vele (kandidaat-)adoptieouders en geadopteerden vragen zich af hoe ze kunnen omgaan met ontbrekende puzzelstukken?
Voor mij begint het opnieuw met erkennen en normaliseren. Adoptiekinderen zijn vaak erg loyaal naar hun adoptieouders toe. Ze willen hen niet kwetsen en ze leren precies heel snel ‘Als ik daarover nadenk, dan kwets ik mijn adoptieouders’ of ‘Mijn adoptieouders zullen denken dat ik mijn biologische ouders liever zie en niet wou dat ik geadopteerd was.’ In de gezinnen met wie ik werk, is er hiervoor vaak heel weinig ruimte. Een eerste stap is dus ruimte creëren, zodat het verlangen om meer te weten erkend en genormaliseerd wordt en daarnaast ook een plaats kan gecreëerd worden voor de unieke gevoelens die kinderen in deze situatie ervaren.
Soms kan je in dossiers gaan kijken, soms kan je werken aan het levensverhaal van het kind. In het geval van intrafamiliale adoptie is het doorgaans een stuk gemakkelijker, omdat je vragen kan stellen aan je familie: ‘Wat is er gebeurd?’, ‘Waarom ben ik geadopteerd?’ Hierbij is een eenduidig verhaal heel belangrijk. Dikwijls vertellen familieleden tegenstrijdige verhalen. Qua identiteitsontwikkeling is dat niet gemakkelijk, want wie moet je geloven?
Met cliënten sta ik ook stil bij vragen zoals: ‘Wat doe ik als ik geen antwoord krijg?’, ‘Waarom is die informatie belangrijk voor mij?’ en ‘Wat zijn mijn onderliggende gedachten, gevoelens of angsten?’ Die onderliggende noden zijn heel belangrijk. Als de angst bijvoorbeeld is om genetische ziektes door te geven, kan een genetische test een optie zijn. De wetenschap dat zo’n test mogelijk is, kan dan al rust bieden.

Bij adoptiebetrokkenen leeft soms de gedachte dat alles op zijn plaats zou vallen als alle informatie met betrekking tot de adoptie bekend zou zijn. Hoe ervaar jij dit?
Ik denk dat informatie helpend kan zijn, maar het is niet heiligmakend. Informatie kan helpen om een stap verder te gaan of een verwerkingsproces op gang te brengen, maar evengoed helpt het niet of roept het nog meer vragen op. Het is vooral belangrijk om na te denken wat je wil bereiken. Als je denkt: ‘Het gaat alles oplossen, ik ga niet meer twijfelen en ik ga iedereen vertrouwen’, dan is het best om dit toch binnen perspectief te plaatsen. Mijn idee is dat geadopteerd zijn een ervaring is die je meeneemt in je lichaam, je gevoel en de manier waarop je reageert in situaties. Je kan dat een trauma noemen, maar dat hoeft niet. Het feit is dat adoptiekinderen zeer plots in een nieuwe omgeving terechtkomen. Die bruuske overgang van de ene situatie naar de andere geeft heel veel indrukken die je als kindje niet of moeilijk kan plaatsen. Het lijkt me logisch dat dit sporen nalaat, zoals alle levenservaringen op een of andere manier sporen nalaten, maar waarbij dit nog een stukje intenser is. Dit staat nog los van de ervaringen die adoptiekinderen gehad hebben voordat ze geadopteerd werden en misschien ook traumatisch waren.

Eerder vertelde je dat woorden soms tekortschieten om gevoelens te beschrijven en dat ratio niet altijd overeenstemt met emoties. Hoe ga je hiermee therapeutisch om?
Als je niet kan verwoorden wat er in je omgaat, maar je voelt het wel, dan zal er naast praten iets anders nodig zijn. Hoewel het belangrijk is om woorden te proberen geven, om wat meer grip te krijgen op de eigen ervaringen, is dit niet toereikend. Je kan dan andere zaken proberen, zoals lichaamsgericht werk; sport, ontspanningsoefeningen, meditatie of yoga. De jongeren met wie ik werk, hebben veel energie. Ik leer hen om hun gevoelens op een heel actieve manier te kanaliseren, bijvoorbeeld door te rennen of tegen een bal te stampen totdat ze gekalmeerd zijn. In een residentiële setting werken we daarnaast samen met creatieve en bewegingstherapeuten. Ik vind dat noodzakelijk: je kan niet alleen gedrags- of gesprekstherapeutisch omgaan met trauma.
 
Je sprak al verschillende keren over de rol van adoptieouders. Wat kunnen zij doen om hun kind te ondersteunen?
Voor adoptieouders is het vaak kwetsend als hun kind verdrietig is, als ze vragen hebben over de biologische ouders of als hun kind zegt: ‘Ja, maar jij bent mijn echte mama niet.’ Het is logisch dat dit kwetst, maar daardoor kan er een beweging ontstaan waarbij de gevoelens van het kind er niet mogen zijn, want ‘het is nu toch goed en we zorgen voor je en je hebt ouders.’ Dat doet het verleden echter niet weg. Het doet ook het gemis niet weg. Als daar te weinig erkenning voor is, dan leer je je kind dat die gevoelens er niet mogen zijn. Ze beginnen zich te schamen voor hun gevoelens en voor zichzelf. Als ouder is het belangrijk om je hiervan bewust te zijn. En als hulpverlener is het belangrijk om ouders hierin te ondersteunen: hoe werkt dat hoofdje van hun kind en hoe komt het dat het zo werkt? Dikwijls zeggen ouders: ‘We letten daar al op en we zeggen het al zo’ of ‘We leggen dat al uit en geven veel informatie.’ Toch zijn kinderen soms nog verdrietig en zorgen kleine dingen ervoor dat ze zich afgewezen voelen of dat het vertrouwen wordt geschaad. Ouders beginnen dan aan zichzelf te twijfelen of worden boos op hun kind. Het is dan je taak als hulpverlener om uit te leggen dat die gevoelens heel normaal zijn voor de niet-standaard situatie die het kind heeft meegemaakt. In een niet-standaard situatie heb je niet-standaard gevoelens die heel normaal zijn voor de situatie, maar soms moeilijk te begrijpen zijn voor mensen die niet hetzelfde meemaken.

Voor adoptieouders is het dus dikwijls ook niet zo gemakkelijk. Hoe is dat voor hen in jouw ervaring?
Voor adoptieouders kan het inderdaad ook erg zwaar zijn. Er zijn bepaalde thema's die de mensen in hun omgeving veel minder mee hebben of begrijpen. Stel dat je binnen de familie een kind adopteert, dan is je kind bijvoorbeeld zowel je kind als je neef of nicht. Of dan is je kind tegelijkertijd ook je kleinkind. Op zich lijkt dat misschien iets kleins, maar op het moment dat er ook andere kleinkinderen zijn, wordt dat heel duidelijk. Dat is voor het kind niet gemakkelijk, maar ook voor adoptieouders is het niet evident om daarmee om te gaan: hoe moeten zij zich positioneren? Over deze thema's wordt heel weinig gesproken. Ik denk dat het belangrijk is dat er ondersteuning is of steungroepen zijn voor deze ouders. Zodat zij kunnen praten met ouders in een gelijkaardige situatie en hun eigen gevoelens daarrond een plaats kunnen geven. Als je je eigen negatieve gevoelens geen plaats geeft, sijpelt dat door naar je opvoeding. Dat is altijd zo, terwijl het belangrijk is dat je kind leert om dat niet bij zichzelf te leggen. Het verdriet van die ouders is dan ook een thema.
 
Mijn laatste vraag: waar haal je voldoening uit in het begeleiden van deze jongeren?
Het begeleiden van deze jongeren is vol uitdaging. Ik moet vaak mijn woorden wikken en wegen: in het begin is elk klein stapje in de foute richting voldoende om een ontploffinkje te veroorzaken. Daarmee bedoel ik geen explosie van boosheid, maar het vertrouwen in de therapeutische relatie die een deuk krijgt als je iets verkeerd verwoord of doet. Ik ben eigenlijk een heel chaotisch persoon, wat niet ideaal is als je werkt met jongeren die veel basisveiligheid nodig hebben omwille van hun hechtingsproblematiek. Ik probeer daarom naar hen toe heel transparant te zijn in mijn eigen acties en vind het ook wel een uitdaging om zo over mezelf na te denken in relatie met de ander. En dat ook te benutten voor de ander. Het is leuk om jongeren te zien groeien: ze nemen inzichten en vaardigheden waaraan we gewerkt hebben in een therapeutische context mee naar nieuwe situaties. Ze zijn daar vaak ook fier op of geven aan dat ze zich beter voelen. Dat geeft voldoening. Je bent altijd maar een klein schakeltje in het hele traject, maar soms is zo'n schakeltje wel nodig om in andere domeinen beweging te brengen. Het is leuk om daarin iets te kunnen betekenen.

Dat is waar! Bedankt om tijd te maken voor dit interview, Els.

Zoek je een adoptiesensitieve hulpverlener in jouw buurt? Bekijk onze adoptiekaart.

Auteur: Kristien Wouters, educatief medewerker

*Hoewel er tijdens het interview geen specifieke casussen besproken werden, werd een fictieve naam gebruikt om de privacy van cliënten volledig te kunnen garanderen.

Gepost in: Interview

31 aug
Interview
In 2016 werd FAS Steunpunt opgericht in Vlaanderen. Ouders en professionals kunnen er terecht vo…
07 jul
Interview
Nederlandse afstandsmoeder Will van Sebille heeft op 23 april 2020 een Koninklijke onderscheidin…
22 jun
Interview
Adoptiesensitieve hulpverleners hebben ervaring met het begeleiden van adoptieouders, geadopteer…
15 jun
Interview
Adoptiesensitieve hulpverleners hebben ervaring met het begeleiden van adoptieouders, geadopteer…