Contacteer ons of spring binnen op Raas van Gaverestraat 67b in Gent.

Ontdek onze groepsbegeleidingen, en evenementen.

Het laatste nieuws en interessantste weetjes over de wereld van adoptie.

Ontdek een hulpverlener bij jou in de buurt via deze handige adoptiekaart.

29 okt
Verhaal

“Hoe was het voor jou om als niet-witte persoon op te groeien in België?”

Vijf volwassen geadopteerden uit China, Haïti, India, Indonesië en Rwanda beantwoorden deze vraag voor ons. Zij vertellen in deze vijfdelige reeks over hun ervaringen met racisme en de zoektocht naar hun identiteit.

Vijf belangrijke getuigenissen die we graag met jullie delen. In dit eerste deel vertelt Naomi haar verhaal.

'In de Kempen besefte ik pas echt dat ik een zwarte huidskleur had.'

Ik was vier - officieus zes - toen ik in België aankwam. Zelf weet ik het niet meer zo goed, maar mijn moeder vertelde dat ik het uitschreeuwde van angst toen ik uit het vliegtuig stapte. Ik ben geboren in Rwanda en zag hier plots allemaal witte mensen. Dat kende ik niet. Na een tijdje werd ik het uiteraard gewoon. Ik werd omgeven door witte oma’s, opa’s, tantes, neven en nichten. Wij woonden in Borgerhout, dus op straat zag ik wel zwarte en Marokkaanse mensen. Op dat vlak heb ik geluk gehad, dat ik niet de enige zwarte persoon was.

Na vier jaar in Antwerpen zijn we verhuisd naar de Kempen. Daar besefte ik pas echt dat ik zwart was. In de supermarkt staarden mensen me aan alsof ik een attractie was. Dat had ik in Antwerpen nog nooit meegemaakt. Onze overburen adopteerden twee zwarte kindjes en het eerste wat ik dacht, was: ocharme die kindjes! Misschien was het voor hen anders: hun familie was daar geboren en getogen en zij kenden veel mensen. Wij waren de buitenbeentjes van ‘t stad en pasten niet in de dorpsmentaliteit. Na vijf jaar zei ik tegen mijn mama dat ik het niet meer aankon en verhuisden we terug naar Antwerpen.

'Racisme in België is eerder subtiel en daardoor moeilijk hard te maken.'

In de jeugdbeweging en op school was er racisme, maar het was niet ‘in-your-face’. Racisme in België is eerder subtiel. Ik noem het ‘microracisme’. Het is moeilijk hard te maken. Zo kan ik mij herinneren dat ik in de jeugdbeweging eens niet mocht meespelen, omdat er zogezegd niet genoeg plaatsen waren, terwijl ze andere kinderen wel toelieten in de groep. Op school werd ik 'aap' genoemd of men maakte aapgeluidjes als ik voorbij kwam, maar dat was niet elke dag.

In het begin had ik niet door dat het racisme was. Ik voelde me er slecht door, maar deed alsof ik het niet hoorde. Of ik maakte mezelf wijs dat ik het me had ingebeeld. Dat heeft ook te maken met het feit dat mijn moeder niet geloofde dat racisme nog bestond. Ik hoor nog van andere adoptiekinderen dat hun ouders hen niet geloofden of zeiden dat het zo waarschijnlijk niet bedoeld was.

'Het zit toch niet allemaal tussen mijn oren.'

Het heeft ervoor gezorgd dat ik heel veel emoties opkropte. Voor de buitenwereld leek het alsof alles altijd heel goed ging met mij. Ik was een sociaal kind dat met iedereen praatte, maar ik voelde me niet begrepen in mijn jeugd. Ik was altijd omgeven door mensen met een andere huidskleur dan ik en kende niemand die hetzelfde had en meemaakte. Ik voelde me vaak heel eenzaam, maar de buitenwereld zag dat niet. Tot nu.

Het is pas nu dat ik steun gevonden heb, omdat ik meer zwarte vrienden heb. Geadopteerde en niet-geadopteerde vrienden. Zij ervaarden gelijkaardige dingen en zijn voor mij een bevestiging dat het toch niet allemaal tussen mijn oren zit. Dat doet veel.

Met mijn witte vrienden praat ik er minder over. Ze kunnen wel een luisterend oor zijn, maar adviezen of ervaringen delen gaat niet. Ik wil ook niet dat ze me iets kwalijk nemen. Soms zegt of doet één persoon één keer iets racistisch. Dat wil ik kunnen delen zonder dat ik daarmee bedoel dat alle mensen zo zijn en ze zich aangevallen voelen.

'Ik merk dat mijn adoptie me voordeel oplevert en dat wil ik niet.'

Huren is altijd een gedoe. Ik kreeg al vragen zoals: “Met hoeveel man ga je hier wonen?”, terwijl ik een 1-slaapkamer appartement bezocht. Tegenwoordig neem ik steeds een witte vriend of vriendin mee, want anders krijg ik het niet. Via de telefoon horen mensen niet dat ik zwart bent, dus bij een ontmoeting zie ik vaak verbazing. Ofwel voelen ze zich beetgenomen ofwel zijn ze positief verwonderd en volgt het zinnetje: “Jij praat zo mooi Nederlands?” Dat zinnetje kan ik niet meer uitstaan. Eerder wilde ik iets huren in Brussel en de verhuurster begreep niet waarom ik niet goed Frans sprak. Zwarte mensen spreken toch allemaal Frans?

Een vriendin zei dat ik had moeten zeggen dat ik geadopteerd was, want dan had ze het begrepen. Maar wat begreep ze dan? Dat ik Belgisch was, dat ik goed opgevoed was, dat ik de taal ken …? Dat is hetzelfde als wit privilege. Het is adoptieprivilege: je gebruikt je adoptie om ergens binnen te geraken. Ik merk dat mijn adoptie me voordeel oplevert en dat wil ik niet. Witte mensen gebruiken onbewust witte privileges. Als ik dat aan hen wil duidelijk maken, moet ik eerlijk zijn en dat niet zelf gebruiken met mijn adoptie. Ik zeg dus nooit spontaan dat ik geadopteerd ben. Als ze het vragen, vertel ik het uiteraard. Ik schaam me er niet voor, maar ik zou niet weten waarom ik het spontaan zou zeggen. Het maakt geen deel uit van mijn identiteit. Het is mijn gezinssituatie, maar het is niet wie ik ben.

'Als we het oplossen voor zwarte mensen, raakt het opgelost voor alle anderen.'

Ik ben heel graag in Brussel, omdat ik het multiculturele er heel hard voel. Mensen van verschillende groepen en nationaliteiten komen er bij elkaar, gaan naar dezelfde cafés. Veel meer dan bijvoorbeeld in Antwerpen. Ik ben dan ook naar de Black Lives Matter manifestatie in Brussel gegaan. Door corona was dat met een dubbel gevoel, maar ik vond het wel belangrijk om aanwezig te zijn.

Door de BLM-beweging in de Verenigde Staten beseften zwarte mensen over heel de wereld dat het misschien ook tijd was om voor hun rechten op te komen in het land waar zij wonen. Wat die rechten zijn, is verschillend van land tot land. Uiteraard is elk mensenleven belangrijk. Polen, Marokkanen, Cubanen … Zij ondervinden allemaal hetzelfde probleem op de huurmarkt. Als we dit probleem oplossen voor zwarte mensen, raakt dit ook opgelost voor alle anderen.

'Neem de emoties van je kind serieus, ongeacht of het om racisme gaat of niet.'

Tegen mijn jongere zelf zou ik zeggen: praat erover en negeer die emoties niet. Wat je voelt, is echt. Het is ook belangrijk dat adoptieouders dat erkennen. Als er iets mis is, gaat een kind naar diegene die hij vertrouwt en waar hij zich veilig voelt. Dat zijn de ouders. Als zij het kind vervolgens niet geloven of serieus nemen, dan riskeer je dat het kind het aan niemand meer vertelt. Degenen die naar jou zouden moeten luisteren, doen het tenslotte niet. Neem de emoties van je kind dus serieus, ongeacht of je vindt dat het om racisme gaat of niet.

Ik probeer mijn hoofd recht te houden en er sterker uit te komen, maar eigenlijk wil ik niet sterker worden. Als ik sterker word, dan wil ik van iets anders sterker worden, niet van racisme. In 2017 ben ik Shake The Frame gestart. Dat zat al langer in mijn hoofd. Ik interview er artiesten en ondernemers van de Afrikaanse diaspora in Europa. De Verenigde Staten hebben Beyoncé. Welk talent hebben wij? Ondertussen besef ik dat ik evenveel recht heb om in een ruimte te staan en dat mijn stem ook belangrijk is. Dat lijkt logisch, maar het heeft toch lang geduurd om dat te beseffen.

Gepost in: Verhaal

05 nov
Hulpverlener in de kijker
Menoka is een adoptiecoach op onze adoptiekaart. We stellen haar graag aan je voor. Ver…
29 okt
Verhaal
“Hoe was het voor jou om als niet-witte persoon op te groeien in België?” Vijf volwassen gea…
15 okt
Actueel
Organiseer je als groep of vereniging van adoptiebetrokkenen een activiteit? Tot 30 november kan…
24 sep
Hulpverlener in de kijker
Miriam is een adoptiesensitieve psychotherapeut & kinderwenscoach op onze adoptiekaart. We stell…